Homocysteïne is een van die stofjes waar je pas van hoort zodra een bloedtest een afwijkende waarde laat zien, en dan blijkt het ineens overal mee samen te hangen: hart- en vaatgezondheid, stofwisseling, zelfs hoe je lichaam vet opslaat. Een recente studie uit China, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nutrición Hospitalaria (2026), onderzocht wat er gebeurt als mensen met overgewicht en een verhoogde homocysteïnewaarde acht weken lang een voedingssupplement met betaïne (ook bekend als TMG, trimethylglycine) kregen, vergeleken met de gebruikelijke aanpak van foliumzuur, vitamine B6 en vitamine B12.

De resultaten zijn de moeite waard om even bij stil te staan, zeker als je al bekend bent met TMG als onderdeel van een gezonde, evidence-based leefstijl. In dit artikel lopen we de studie stap voor stap door: de opzet, de belangrijkste uitkomsten, de mogelijke verklaringen en, minstens zo belangrijk,  de beperkingen. Geen hype, wel duidelijke uitleg met nuance.

Wat is homocysteïne eigenlijk?

Homocysteïne is een tussenproduct dat vrijkomt tijdens de stofwisseling van het aminozuur methionine, dat je binnenkrijgt via eiwitrijke voeding zoals vlees, vis, eieren en zuivel. Onder normale omstandigheden wordt homocysteïne razendsnel weer omgezet: via twee routes, remethylatie en transsulfuratie.

Bij remethylatie krijgt homocysteïne een methylgroep terug en verandert het weer in methionine. Dat gebeurt met hulp van foliumzuur en vitamine B12, of via een alternatieve route waarbij betaïne de methylgroep levert. Bij transsulfuratie wordt homocysteïne juist afgebroken tot cysteïne, en uiteindelijk tot stoffen als glutathion, een van de belangrijkste antioxidanten van het lichaam.

Loopt een van beide routes vast, dan stapelt homocysteïne zich op in het bloed. Dat heet hyperhomocysteïnemie (afgekort HHcy), en de onderzoekers noemen een drempelwaarde van meer dan 15 µmol/l. Volgens de epidemiologische gegevens die in het artikel worden aangehaald, komt verhoogd homocysteïne in China voor bij zo’n 37,2 procent van de bevolking, en elke stijging van 5 µmol/l zou samenhangen met 33,6 procent meer kans op overlijden door alle oorzaken. Dat zijn Chinese cijfers uit een specifieke populatie, dus je kunt ze niet zomaar één-op-één naar Nederland vertalen, maar ze geven wel aan waarom onderzoekers hier serieus naar kijken.

Verhoogd homocysteïne wordt in de wetenschappelijke literatuur in verband gebracht met een breed scala aan aandoeningen: hart- en vaatziekten, chronische nierschade, een vette lever, diabetes, en zelfs schade aan skeletspieren. Bij mensen met overgewicht komt het bovendien vaker voor, en het lijkt de verstoringen in de glucose- en vetstofwisseling die al bij overgewicht spelen, verder te versterken.

De opzet van de studie

Het onderzoeksteam, verbonden aan het Shijiazhuang People’s Hospital en de universiteiten van Aberdeen en Kent, zette een prospectieve, gerandomiseerde, gecontroleerde studie op,  de gouden standaard binnen klinisch onderzoek. Tussen september 2023 en juni 2024 werden 116 volwassenen (18 tot 65 jaar) met overgewicht of obesitas én een verhoogde homocysteïnewaarde gescreend. Na uitsluiting van deelnemers die al methylnutriënten gebruikten, hormonale medicatie namen, of een medische voorgeschiedenis hadden die de resultaten kon vertekenen, bleven er 102 deelnemers over.

Deze groep werd via loting verdeeld in twee armen:

  • De observatiegroep (n = 52) kreeg dagelijks 6 gram van een betaïnehoudend supplement (merknaam Yestone), goed voor 1 gram natuurlijke betaïne, 0,8 mg foliumzuur, 2,8 mg vitamine B6 en 0,5 mg vitamine B12.
  • De controlegroep (n = 50) kreeg de gebruikelijke behandeling: alleen 0,8 mg foliumzuur, 2,8 mg vitamine B6 en 0,5 mg vitamine B12, zonder betaïne.

Beide groepen kregen dus dezelfde hoeveelheid foliumzuur en B-vitamines,  het enige verschil was de toevoeging van betaïne. Dat is een sterk punt in de opzet: het maakt het mogelijk om het effect van betaïne zelf te isoleren, in plaats van het effect van „een supplement„ in het algemeen.

Na acht weken, met tussentijdse controles bij vier weken, rondden 90 deelnemers (45 per groep) de studie volledig af. De onderzoekers maten onder andere lichaamsgewicht (BMI), de verhouding tussen taille en heup, lichaamsvetpercentage, nuchtere bloedsuiker, cholesterolwaarden (totaal, LDL en HDL), triglyceriden, homocysteïne zelf, en een relatief nieuwe maat genaamd de atherogene index van plasma (AIP) — een verhouding tussen triglyceriden en HDL-cholesterol die geldt als gevoelige voorspeller van het risico op slagaderverkalking.

Wat kwam eruit? De belangrijkste resultaten

Beide groepen verbeterden na acht weken op vrijwel alle vlakken, wat logisch is, want beide kregen tenslotte foliumzuur en B-vitamines, en beide werden intensief gevolgd. Maar op een reeks belangrijke punten deed de betaïnegroep het significant beter dan de controlegroep:

Lichaamssamenstelling. De BMI daalde in de betaïnegroep met gemiddeld 2,18 punten, tegenover 0,58 punten in de controlegroep (p < 0,001). De taille-heupverhouding verbeterde eveneens sterker (p < 0,001), en het lichaamsvetpercentage daalde in de betaïnegroep met gemiddeld 2,61 procentpunt, terwijl het in de controlegroep licht steeg. Dat laatste verschil is opvallend: het suggereert dat het niet alleen om „gewichtsverlies„ ging, maar om een gunstigere verschuiving in vetmassa.

Bloedsuiker en vetten. De nuchtere bloedsuiker daalde sterker in de betaïnegroep (van gemiddeld 6,60 naar 5,80 mmol/l, tegenover 6,60 naar 6,40 mmol/l in de controlegroep; p < 0,001). Ook de triglyceriden en het LDL-cholesterol („slechte„ cholesterol) daalden significant sterker bij de betaïnegroep.

Homocysteïne. Dit was het primaire aandachtspunt van de studie, en hier was het verschil het duidelijkst: de betaïnegroep liet een gemiddelde daling van homocysteïne zien van 40,4 procent, tegenover 23,6 procent in de controlegroep. Met andere woorden: bovenop het effect van foliumzuur en B-vitamines zorgde de toevoeging van betaïne voor een aanzienlijk grotere daling.

Atherogene index van plasma (AIP). Ook deze maat, die iets zegt over het risico op vaatvernauwing, verbeterde sterker in de betaïnegroep. De onderzoekers verwijzen naar eerder werk waaruit blijkt dat elke daling van 0,1 punt in AIP samenhangt met ongeveer 10 procent minder risico op cardiovasculaire voorvallen — al is dat een indirecte, epidemiologische schatting en geen direct bewezen effect uit deze studie zelf.

Tot slot: er werden in beide groepen geen bijwerkingen gerapporteerd die deelnemers deden stoppen. Voor zover deze kortdurende studie dat kan beoordelen, werd het betaïnesupplement goed verdragen.

Waarom zou betaïne een streepje voor hebben?

De onderzoekers bespreken een aantal mechanismen die kunnen verklaren waarom betaïne bovenop foliumzuur en B-vitamines nog een extra effect laat zien. Het komt erop neer dat betaïne via een andere route dan foliumzuur werkt.

Foliumzuur en vitamine B12 zijn afhankelijk van een enzym genaamd methyleentetrahydrofolaatreductase (MTHFR) om hun methylgroep door te geven aan homocysteïne. Bij een deel van de bevolking werkt dit enzym, door genetische variatie, minder efficiënt, waardoor foliumzuursuppletie alleen minder effect heeft. Betaïne omzeilt deze stap: het levert zijn methylgroep rechtstreeks via het enzym betaïne-homocysteïne-methyltransferase in de lever, onafhankelijk van MTHFR of de beschikbaarheid van vitamine B12. Dat zou verklaren waarom de combinatie met betaïne verder komt dan foliumzuur en B-vitamines alleen, ook bij mensen bij wie de klassieke route niet optimaal loopt.

Staafdiagram met daling van homocysteïne na 8 weken: 23,6% in de controlegroep met foliumzuur, B6 en B12, tegenover 40,4% in de groep die daarnaast betaïne kreeg

Gemiddelde daling van homocysteïne t.o.v. uitgangswaarde, na 8 weken suppletie (n = 90). Bron: Zhang et al., Nutrición Hospitalaria 2026;43(3):553-560

Daarnaast beschrijft het artikel een aantal bredere, metabole effecten van betaïne die verder gaan dan alleen homocysteïne:

  • Ontstekingsremming. Betaïne zou de activiteit van NF-κB en het NLRP3-inflammasoom, twee belangrijke spelers in laaggradige ontsteking, kunnen afremmen, en zo bijdragen aan minder stress in cellen.
  • Insulinegevoeligheid. Door stress in het endoplasmatisch reticulum (een celonderdeel dat betrokken is bij eiwitproductie) te verminderen, zou betaïne de glucosetolerantie en insulinegevoeligheid kunnen verbeteren.
  • Vetstofwisseling. Via de PPARα-signaalroute en door AMPK te activeren, zou betaïne de verbranding van vetzuren stimuleren, terwijl het via de mTOR-route de opbouw van spiereiwit zou ondersteunen — samengevat als een verschuiving richting „minder vet, meer spier„.
  • HDL-cholesterol. Betaïne zou de aanmaak van het transporteiwit ABCA1 verhogen, wat weer samenhangt met een betere aanmaak van HDL-cholesterol (het „goede„ cholesterol).
  • Vetweefsel en darmflora. Dierstudies die in het artikel worden aangehaald, suggereren dat betaïne via signalen vanuit de darmflora (specifiek een microRNA genaamd miR-378a) het zogeheten „bruinen„ van vetweefsel kan stimuleren — een proces waarbij vetweefsel actiever energie verbrandt in plaats van het simpelweg op te slaan.

Het is belangrijk om hierbij een kanttekening te plaatsen: een deel van deze mechanismen is aangetoond in celstudies en dierstudies, niet rechtstreeks in de deelnemers van deze specifieke studie. De onderzoekers presenteren ze als plausibele verklaring voor wat ze bij de mensen in hun studie zagen, niet als bewezen werkingsmechanisme bij de mens in dit onderzoek zelf.

Staafdiagram met daling van BMI na 8 weken: -0,58 kg/m² in de controlegroep met foliumzuur, B6 en B12, tegenover -2,18 kg/m² in de groep die daarnaast betaïne kreeg

Gemiddelde BMI-daling t.o.v. uitgangswaarde, na 8 weken suppletie (n = 90). Bron: Zhang et al., Nutrición Hospitalaria 2026;43(3):553-560

Wat betekent dit voor jou?

Als je TMG al kent, bijvoorbeeld omdat je het gebruikt naast NMN of als onderdeel van een methyleringsondersteunende routine, bevestigt deze studie iets dat in de bredere literatuur al vaker terugkwam: betaïne is meer dan alleen „een extra methyldonor„. De combinatie met de klassieke B-vitamines en foliumzuur lijkt een sterkere en breder gedragen verbetering te geven dan de B-vitamines alleen, zowel voor homocysteïne zelf als voor gerelateerde metabole waarden zoals bloedsuiker, vetprofiel en lichaamssamenstelling.

Dat gezegd hebbende: deze studie ging over mensen met een vastgestelde, verhoogde homocysteïnewaarde (boven 15 µmol/l) én overgewicht of obesitas. Het is geen onderzoek naar wat betaïne doet bij mensen met normale waarden, en het is zeker geen vervanging voor medisch advies. Heb je klachten, of vermoed je dat je homocysteïnewaarde verhoogd is, dan is een bloedtest bij je huisarts de juiste eerste stap — een voedingssupplement is een aanvulling op een gezonde leefstijl, geen diagnose- of behandelmiddel.

De beperkingen: waar moet je rekening mee houden?

Eerlijke conclusies horen ook eerlijke kanttekeningen te bevatten, en de onderzoekers zijn daar zelf ook duidelijk over:

  1. Kleine studie, één centrum. Met 90 deelnemers die de studie afrondden, is dit een relatief kleine studie, uitgevoerd in één ziekenhuis in China. Grotere, multicenter-studies zijn nodig om te zien of de resultaten overal opgaan.
  2. Korte duur. Acht weken is genoeg om verandering te meten, maar te kort om iets te zeggen over langetermijneffecten, bijvoorbeeld of de verbeteringen aanhouden, of dat mensen na verloop van tijd terugvallen.
  3. Werkingsmechanisme nog niet volledig opgehelderd. Zoals hierboven beschreven, komt een deel van de verklaring uit dier- en celstudies, niet rechtstreeks uit deze populatie.
  4. Geen onderscheid naar geslacht. De onderzoekers keken niet of mannen en vrouwen anders reageerden op de interventie, terwijl dat bij stofwisselingsonderzoek soms wel uitmaakt.
  5. Specifieke populatie. Alle deelnemers waren Chinese volwassenen met overgewicht én een vooraf vastgestelde verhoogde homocysteïnewaarde. Of de resultaten net zo uitpakken bij, bijvoorbeeld, een Nederlandse populatie met een gevarieerder voedingspatroon, is niet apart onderzocht.

Dat zijn geen redenen om de resultaten te negeren, het is een zorgvuldig opgezette, gerandomiseerde studie met heldere metingen — maar wel redenen om de uitkomsten te zien als een sterke aanwijzing, niet als het laatste woord.

Kort samengevat

Deze studie voegt een concreet stukje bewijs toe aan wat er al bekend was over betaïne (TMG): bij mensen met overgewicht en een verhoogde homocysteïnewaarde zorgde acht weken suppletie met een betaïnehoudend supplement, bovenop foliumzuur en B-vitamines, voor een significant sterkere daling van homocysteïne dan de B-vitamines alleen, samen met gunstiger effecten op bloedsuiker, vetprofiel, lichaamssamenstelling en de atherogene index van plasma. De verklaring lijkt te liggen in de manier waarop betaïne via een aparte route methylgroepen levert, los van de route die afhankelijk is van foliumzuur en vitamine B12, gecombineerd met bredere effecten op ontsteking, insulinegevoeligheid en vetstofwisseling.

Zoals bij elk enkel onderzoek geldt: het is één studie, met een beperkte omvang en duur, uitgevoerd in een specifieke populatie. Interessant genoeg om serieus te nemen, maar niet genoeg om er stellige uitspraken op te baseren. Wie geïnteresseerd is in de rol van methyldonoren als betaïne binnen een gezonde, actieve leefstijl, doet er goed aan dit soort onderzoek te blijven volgen — en bij twijfel over de eigen homocysteïnewaarde altijd eerst met een arts te overleggen.

Veelgestelde vragen over betaïne (TMG) en homocysteïne

Wat is het verschil tussen betaïne en TMG?
Dat is precies hetzelfde stofje. Betaïne wordt ook wel trimethylglycine genoemd, afgekort TMG — de naam verwijst naar de drie methylgroepen die aan het aminozuur glycine vastzitten. In de wetenschappelijke literatuur, zoals in de hier besproken studie, wordt meestal de term „betaïne„ gebruikt; in supplementenland zie je vaker „TMG„. Lees meer hier.

Kan ik betaïne combineren met foliumzuur en vitamine B12?
In deze studie kregen alle deelnemers foliumzuur en B-vitamines; de betaïnegroep kreeg dat bovenop het betaïnesupplement, niet in plaats daarvan. De onderzoekers zien betaïne dus als aanvulling op de klassieke methylnutriënten, niet als vervanging.

Is een hoge homocysteïnewaarde altijd een probleem?
Een eenmalig verhoogde waarde zegt niet automatisch iets over je gezondheid, homocysteïne kan tijdelijk schommelen door voeding, uitdroging of andere factoren. Een structureel verhoogde waarde (zoals de grens van 15 µmol/l die in deze studie werd gehanteerd) is wel een reden om met een arts te bespreken wat een passende vervolgstap is.

Werd er in deze studie ook naar bijwerkingen gekeken?
Ja. Deelnemers werden gedurende de acht weken gevolgd op klachten zoals maag-darmklachten of een onaangename nasmaak. Er werden geen deelnemers gerapporteerd die om die reden stopten, wat wijst op een goede kortetermijnverdraagbaarheid van het gebruikte supplement, al zegt dat nog niets over gebruik op langere termijn.

Bron: Zhang L, Zhang Y, Yang D, Yang C, Rong X, Li X, Zhang X, Zhang J, Zhang P. „Effects of betaine-containing nutrients on homocysteine levels and glucose-lipid metabolism in overweight and obese patients with hyperhomocysteinemia.„ Nutrición Hospitalaria 2026;43(3):553-560. DOI: 10.20960/nh.05892

Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vervangt geen medisch advies. Raadpleeg bij twijfel over je gezondheid altijd een arts.

Laat een reactie achter